NetherlandsOur NewsStatements

AOHR-NE veroordeelt de belachelijke uitspraken en de clowneske bezoeken van de heer Wilders aan het Bezette Palestina en roept het Nederlandse Openbaar Ministerie op te onderzoeken of deze verenigbaar zijn met het Nederlandse en het internationale recht

AOHR-NE veroordeelt de belachelijke uitspraken en de clowneske bezoeken van de heer Wilders aan het Bezette Palestina

en roept het Nederlandse Openbaar Ministerie op te onderzoeken of deze verenigbaar zijn met het Nederlandse en het internationale recht

Den Haag, 2 augustus 2026

De Arabische Organisatie voor Mensenrechten in Noord-Europa (AOHR-NE) spreekt haar diepe bezorgdheid uit over de uitspraken en standpunten die de heer Geert Wilders, leider van de Nederlandse Partij voor de Vrijheid (PVV), heeft ingenomen tijdens zijn recente bezoek aan het Bezette Palestina, waar hij een ontmoeting had met een aantal hoge politieke en militaire functionarissen van de Israëlische bezettingsmacht, onder wie de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Defensie, functionarissen van het lokale bestuur van de Israëlische nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever, alsmede leden van de Knesset en een aantal kolonisten.

Tijdens het bezoek verklaarde de heer Wilders openlijk zijn steun aan de Israëlische bezetting en aan de politieke, militaire en veiligheidsleiding die verantwoordelijk is voor het plegen van oorlogsmisdrijven en de misdaad van genocide in de belegerde Gazastrook, het uitvoeren van willekeurige aanvallen op burgers, het uithongeren van de burgerbevolking, de vernietiging van civiele infrastructuur en de gedwongen verplaatsing van burgers. Deze daden hebben geleid tot de dood van ten minste 73.000 Palestijnen en de verwonding van nog eens 170.000 personen.

Dit bezoek vond bovendien plaats te midden van de voortdurende escalatie van geweld door de Israëlische bezettingsmacht op de Westelijke Jordaanoever, die op vrijdag 24 juli van dit jaar een hoogtepunt bereikte. Daarbij kwamen ten minste 1.155 Palestijnen om het leven, raakten ongeveer 11.750 anderen gewond, werden bijna 22.000 personen gearresteerd, werd op grote schaal eigendom vernield en werden inwoners gedwongen hun woonplaatsen te verlaten wegens het ontbreken van veiligheid binnen de lokale gemeenschappen. Dit vond plaats tegen de achtergrond van aanhoudend geweld en herhaalde aanvallen door kolonisten, de voortdurende aanvallen op gebedshuizen, invallen in de Al-Aqsamoskee, de versnelde uitbreiding van nederzettingen en de inbeslagname van Palestijnse woningen en eigendommen. Deze praktijken zijn eerder door de Verenigde Naties en het Internationaal Gerechtshof aangemerkt als strijdig met het internationaal humanitair recht en het internationale mensenrechtenrecht.

Tijdens zijn bezoek aan een van de nederzettingen sprak de heer Wilders zijn steun uit voor de uitbreiding van de Israëlische nederzettingen en verklaarde hij: “Dit is jullie Land, jullie staat, jullie geschiedenis.” De AOHR-NE is van oordeel dat dergelijke uitspraken neerkomen op steun aan een nederzettingenbeleid dat door de overgrote meerderheid van de internationale gemeenschap wordt beschouwd als strijdig met het internationaal recht, in het bijzonder artikel 49 van de Vierde Geneefse Conventie, naast talrijke resoluties van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, evenals het Adviserende Advies van het Internationaal Gerechtshof betreffende het Bezette Palestijnse Gebied.

De heer Wilders sprak tevens de wens uit om een einde te maken aan het werk van het Internationaal Strafhof (ICC), ondanks het feit dat dit een internationale rechterlijke instelling is die krachtens het Statuut van Rome is opgericht met het doel straffeloosheid voor de ernstigste internationale misdrijven te bestrijden. In november 2024 vaardigde het Hof arrestatiebevelen uit tegen Benjamin Netanyahu, premier van de Israëlische bezettingsmacht, en Yoav Gallant, minister van Defensie, op grond van redelijke gronden om aan te nemen dat zij strafrechtelijke verantwoordelijkheid dragen voor oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid die zijn gepleegd in de belegerde Gazastrook.

De AOHR-NE verwijst tevens naar de langdurige uitlatingen van de heer Wilders die zijn gericht tegen burgers en inwoners met een Arabische en islamitische achtergrond, en die gebaseerd zijn op discriminerende en racistische gronden. Hij is in Nederland onderwerp geweest van meerdere gerechtelijke procedures, waarvan de bekendste de “Minder Marokkanen”-zaak is. Deze eindigde met zijn onherroepelijke veroordeling wegens het beledigen van een groep personen, hoewel hem daarbij geen straf werd opgelegd.

De AOHR-NE is van oordeel dat de politieke benadering van de heer Wilders — als leider van de Partij voor de Vrijheid (PVV) sinds de oprichting daarvan in 2006 — die wordt gekenmerkt door intern partijautoritarisme, beleid dat vijandig staat tegenover Arabieren, moslims en vreemdelingen binnen Nederland, steun voor de uitbreiding van nederzettingen en genocide in Palestina, en pogingen om de mechanismen van de internationale rechtspleging te ondermijnen, ernstige vragen oproept over de verenigbaarheid van deze standpunten met de geest van de constitutionele en mensenrechtelijke waarden waarop het Koninkrijk der Nederlanden is gegrondvest.

Daartoe behoren in de eerste plaats het respect voor de mensenrechten, het beginsel van non-discriminatie, de rechtsstaat en de naleving van het internationaal recht, evenals de bijzondere positie die Nederland inneemt als symbool van de internationale rechtsorde en als vestigingsplaats van het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en talrijke andere instellingen en mechanismen op het gebied van internationale rechtspraak, arbitrage en geschillenbeslechting.

Dienovereenkomstig roept de AOHR-NE op tot het volgende:

  1. Het Nederlandse Openbaar Ministerie wordt opgeroepen te onderzoeken of de uitspraken, standpunten en activiteiten van de heer Geert Wilders aanleiding geven tot het openen van een onderzoek in het licht van de bepalingen van het Nederlandse strafrecht en de internationale verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden, en te beoordelen of een of meer van deze handelingen een juridisch relevante bijdrage kunnen vormen aan het ondersteunen of aanmoedigen van beleid of personen die internationaal worden beschuldigd van oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid, overeenkomstig de toepasselijke bewijs- en rechtsnormen.
  2. De Nederlandse regering wordt opgeroepen haar inzet voor de onafhankelijkheid van de internationale rechtspleging te herbevestigen, de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof te eerbiedigen en zich te onthouden van standpunten of praktijken die de internationale inspanningen op het gebied van verantwoording en rekenschap zouden kunnen ondermijnen.
  3. De Nederlandse autoriteiten worden opgeroepen het beleid ter bestrijding van discriminatie, racisme en haatzaaiende uitlatingen gericht tegen de Arabische cultuur en identiteit, het islamitische geloof en burgers en inwoners met een Arabische, islamitische of buitenlandse achtergrond verder te ontwikkelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Nederlandse ervaring op het gebied van de erkenning van het koloniale verleden, historisch onderzoek, rechtsontwikkeling, publieke voorlichting en officiële excuses, op een wijze die de cultuur van gelijkheid en respect voor de menselijke waardigheid versterkt.
  4. Nederlandse academische, mensenrechtenorganisaties en maatschappelijke instellingen worden opgeroepen onafhankelijke studies uit te voeren naar de mate waarin bepaalde personen en lokale instellingen reageren op de racistische en extremistische retoriek van de heer Wilders, de psychologische, maatschappelijke en economische gevolgen daarvan voor migranten, vluchtelingen en minderheidsgemeenschappen te beoordelen, en de implicaties ervan voor de sociale cohesie en het beginsel van gelijkheid voor de wet te onderzoeken.

Tot slot bevestigt de AOHR-NE opnieuw dat eerbiediging van het internationaal recht, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de bestrijding van alle vormen van racisme en discriminatie, en de verantwoording van degenen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten fundamentele beginselen vormen die niet ondergeschikt mogen worden gemaakt aan politieke of ideologische overwegingen. De bescherming van deze beginselen is een gedeelde verantwoordelijkheid die rust op staten, instellingen en individuen.

مقالات ذات صلة

اترك تعليقاً

لن يتم نشر عنوان بريدك الإلكتروني. الحقول الإلزامية مشار إليها بـ *

زر الذهاب إلى الأعلى